Het SKA is een jong koor, wat je hoort aan de mooie heldere stemmen en het grote volume.

Vrijdag 17 maart 2017

Deze druilerige vrijdagavond avond vierde het Studentenkoor Amsterdam (SKA) zijn 30-jarig jubileum in de Dominicuskerk te Amsterdam met het Te Deum van Arvo Pärt en de Mis in c klein van Mozart. Een hartverwarmend mooi programma met een geslaagde combinatie van moderne en klassieke muziek.

Als voorafje speelde strijkorkest Lundi Bleu, dat het koor in de andere stukken begeleidde, het eerste deel van het eerste strijkkwartet van Sjostakovitsj. Dit strijkorkest, dat zonder dirigent speelt, staat bekend om zijn hoge kwaliteit in de amateurorkesten-wereld – een terechte reputatie. Het ensemble bracht Sjostakovitsj met de nodige intensiteit, waarbij de klank toch helder en transparant bleef. Nog voor de laatste noten van dit stukje geklonken hadden, betrad dirigent Servaas Schreuders de bok, wat helaas een beetje afleidend was. De reden ervoor werd duidelijk toen celli en contrabas een lage noot bleven aanhouden en vanuit de verte het Te Deum werd ingezet.

Het Te Deum begint magisch met de lage strijkers, een op tape opgenomen windharp en een mannenkoor dat uit een verre verte lijkt te komen. Pärt schreef dit stuk met zijn eigen compositietechniek ‘tintinnabuli’, een minimalistische stijl, zowel harmonisch als melodisch, die het principe van een grondtoon losliet. Het resultaat is traag voortschrijdende muziek met alle aandacht voor de prachtige samenklanken en met een bijna meditatief effect, die erg doet denken aan middeleeuwse, Gregoriaanse gezangen.

Het blijft lange tijd doodstil voordat een enthousiast applaus de spanning breekt en de musici beloont voor deze mooie prestatie.

Het SKA is een jong koor, wat je hoort aan de mooie heldere stemmen en het grote volume. Dit zorgt voor een transparante samenklank waarin alle stemgroepen goed tot hun recht komen. Het gebrek aan een grondtoon maakt het uitvoeren van deze muziek, die zo simpel klinkt, toch tot een grote uitdaging. Daarom wringt het helaas af en toe wel behoorlijk, en bij de inzetten van het orkest hoor je dat de stemmen toch wat gezakt zijn. Gelukkig herpakken de zangers zich altijd snel. Het strijkorkest heeft in dit stuk lange intense tussenspelen, met grote solistische passages die de solostrijkers prachtig spelen, maar ook hier is er niet altijd enigheid over intonatie en timing.  Het publiek is duidelijk geboeid door de muziek, de fascinatie is voelbaar in de goed gevulde Dominicuskerk. Sereniteit en spanningsopbouw wisselen elkaar af. Aan het einde sterft de muziek met een zich herhalend ‘sanctus, sanctus’ langzaam weg en is dan opeens niet meer. Het blijft lange tijd doodstil voordat een enthousiast applaus de spanning breekt en de musici beloont voor deze mooie prestatie.

In de pauze is er koffie, thee en vele heerlijke door de SKA-leden zelfgebakken taarten.
Appelkruimel, bananencake, karamel-zeezout-chocoladetaart en zelfs een veganistische cheesecake behoren tot de mogelijkheden. De opbrengst van de taartverkoop gaat naar de tournee die het koor, samen met het Amsterdamse CREA-Orkest, deze zomer naar Zuid-Duitsland en Bologna zal voeren. “Een symfonische Bildungsreis naar het land waar de citroenen bloeien,” aldus de tourneecommissie. Met de vele ouders, familie en vrienden die dit concert bezochten, moet het met de donaties wel goedkomen.

Vooral het duet van de twee vrouwen is een parel waarin beide stemmen prachtig mengen en de zangeressen elkaar letterlijk en figuurlijk naar grote hoogte stuwen.

Na de pauze wordt het concert hervat met Mozart’s Mis in c klein. Na de toch wat zwevende eerste helft, geeft dit stuk koor en orkest de kans zich stevig te herpakken.
Het in eerste instantie ietwat aarzelende tempo dat door Schreuders wordt ingezet, wordt met het tweede deel al snel een stevig ‘Gloria’ waarin het koor vol zelfvertrouwen schittert. De vier solisten die het SKA voor deze concerten heeft weten te strikken, zijn allemaal jonge talenten, drie van hen van Nederlandse bodem. De sopranen Varvara Tishina en Nina van Essen blinken meteen. Vooral Van Essen heeft een prachtige warme klank die zowel in de laagte als de hoogte helder blijft. Tishina heeft een iets scheller, typisch sopraangeluid, maar overtuigt met groot technische meesterschap in haar uitdagende partij. Vooral het duet van de twee vrouwen is een parel waarin beide stemmen prachtig mengen en de zangeressen elkaar letterlijk en figuurlijk naar grote hoogte stuwen. Voor de tenor- en bassolisten is een kleinere rol weggelegd, en helaas weten de mannen ook niet genoeg volume te creëren om tegen de twee powersopranen of het koor op te zingen.

In het grootse ‘Jesu Christe’ vult het koor de hele kerk tot in de nok met stralende klanken.

De kwaliteit van de solisten straalt af op het koor dat in de koordelen een mooie klank neer weet te zetten. Vooral het ‘Qui tollis’ is hartverscheurend mooi. Mozart schreef deze mis uit liefde voor zijn
vrouw Constanze, die een van de sopraanrollen had moeten zingen. Helaas kwam het door onduidelijke omstandigheden nooit tot een voltooiing van het werk.

Halverwege de mis merk je dat het koor eindelijk écht los komt en plezier beleeft aan de muziek. Het is erg leuk het enthousiasme en de overgave te zien waarmee de zangers deze prachtige, maar ook wel lastige, muziek aangaan. In het grootse ‘Jesu Christe’ vult het koor de hele kerk tot in de nok met stralende klanken. Al met al is de avond een geslaagde aftrap van het SKA-lustrumjaar, en als het koor haar overtuiging en enthousiasme vast weet te houden, belooft dat wat voor het Concertgebouw in juni!

Renée Vulto

Renee Vulto

Renée studeerde muziekwetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam en is momenteel bezig met een onderzoeksmaster aan de Universiteit Utrecht.

Hiernaast speelt zij als altvioliste mee in verschillende studentenorkesten en -ensembles.

Als freelancer werkt zij voor verschillende opdrachtgevers in het klassieke muziek veld.
Renée Vulto

Latest posts by Renee Vulto (see all)

Pin It on Pinterest